de fysiotherapeut

image_pdfimage_print

ellen smuldersEllen Smulders: “Je hebt als hulpverlener ook behoefte aan een andere insteek”

Ellen Smulders is fysiotherapeut en bewegingswetenschapper. Zij werkt als senior researcher bij het Radboudumc en als hoofddocent master geriatrie fysiotherapie bij Avans+ . In 2011 deed zij een promotieonderzoek naar valpreventie bij reumatische ziekte.

Met welke vragen kunnen osteoporose patiënten bij jou terecht?
Er zijn natuurlijk meerdere redenen waarom osteoporose patiënten bij de fysiotherapeut komen; het kan zijn vanwege een fractuur, dreigende immobiliteit of vanwege een verhoogd valrisico. Het is bekend dat juist bewegen en botbelastende oefeningen een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Wat wij daarbij graag horen zijn gerichte vragen om de hulpvraag zo concreet mogelijk te maken. Wat voor beweging wil de patiënt? Hoe en met welk doel?

Wat vind je van de rol van eigen regie van de patiënt hierin?
Ik denk dat het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en eigen regie altijd belangrijk is.
Ik denk ook dat het voorgestelde Leef/zorgplan een mooi hulpmiddel hierbij kan zijn, ook voor mensen met andere aandoeningen. Het sluit ook goed aan bij het beroepsprofiel van de geriatrie fysiotherapie waarbij zelfmanagement van de cliënt gestimuleerd wordt, want uit die hoek komt toch een groot deel van de doelgroep.

Wat brengt het MLM – Mijn Leven Met.. voor jullie in kaart?
Met het MLM zie je welke doelen mensen hebben , hoe actief ze wel of niet zijn en of dat voldoende is om de botten te belasten. Iemand krijgt ook meer kennis van wat goed voor hem is. De kans is dan groter dat we samen tot een geschikte aanpak kunnen komen.

Geeft het ook een andere relatie met de mensen?
Ja, het feit dat het MLM bijdraagt aan de afspraken die je samen maakt, zou bevorderend kunnen werken. Je hebt als hulpverlener ook wel behoefte aan een andere insteek. Dat je niet alleen meer de fysiotherapeut bent die zegt: ‘Dit en dat moet je doen’. Je kunt nu zeggen: ‘U heeft zelf aangegeven dat u deze doelen wil halen en daarvoor deze activiteiten uit zou voeren’. Zo heb je een evaluatiemoment. Vervolgens kun je gaan bijstellen. ‘Hoe gaat het? Zijn de doelen reëel?’ Een patiënt heeft dan ook al gerichter nagedacht wat de doelen zijn. Ik denk dat het de therapie zeker ten goede kan komen.