Het belang van onderzoek

image_pdfimage_print

Osteoporosezorg en het belang van onderzoek

Een gesprek met Prof. Dr. Joop van den Berghfoto joop van den Berg

‘Het aantal gevallen van aan osteoporose gerelateerde botbreuken zal tot 2030 met
40 procent toenemen en de directe aan de behandeling gekoppelde kosten zullen met ongeveer 50 procent toenemen (momenteel is dit ongeveer 600 miljoen euro per jaar).’
Dit is een van de beweringen uit de oratie ‘Bot en kwaliteit: samen sterker?!’ van
Prof. Dr. Joop P. van den Bergh, internist/endocrinoloog. Deze lezing werd gepresenteerd in oktober 2015 aan de Universiteit Maastricht ter gelegenheid van zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar Botkwaliteit en Metabole Botaandoeningen*. Deze leerstoel heeft als doelstelling de interactie tussen fractuurrisico, metabole botaandoeningen en botkwaliteit nader te bestuderen. Een belangrijk accent hierbij ligt op integratie van onderzoek in de klinische praktijk van specialismen die zich bezig houden met de diverse metabole botaandoeningen.
Wij vroegen prof. Van den Bergh naar het belang van dit onderzoek voor de inrichting van de zorg rond Osteoporose.

Het onderzoek is uitgevoerd in (inter)nationaal samenwerkingsverband.
Hoe wordt dit gerealiseerd en met wie?
De doelstelling is om de relatie tussen osteoporose, metabole botaandoeningen, fractuurrisico en
mortaliteit te bestuderen. In dit kader is sedert jaren sprake van een samenwerking met het Garvan Institute (Sydney, Australië) om deze aspecten in grote internationale cohorten – uit Australië, Verenigd Koninkrijk, Schotland, Canada, Noorwegen, Zweden, Italië en de VS – nader te onderzoeken. De eerste resultaten van dit samenwerkingstraject zijn recentelijk afkomstig uit Schotland, waar onder supervisie van Prof. McLellan de eerste fractuurpoli, de Fracture Liaison Service (FLS) werd gestart. De gegevens van 8 jaar vervolgonderzoek bij patiënten met een fractuur zijn recentelijk tijdens het ASBMR congres in Seatlle (VS) gepresenteerd.

Wat lieten die resultaten zien?
Er is 8 jaar lang onderzoek gedaan op deze fractuurpoli in Schotland. Het onderzoeksmodel hield in dat het risico op nieuwe fracturen en sterfte werd vergeleken tussen de patiëntengroep die wel en de groep die geen botmedicatie na een doorgemaakte fractuur kreeg. Het deel dat geen medicatie kreeg had een betere uitgangssituatie, zij waren jonger en hadden doorgaans geen osteoporose. Echter, na correctie voor deze uitgangsverschillen bleek dat bij de patiënten die wel behandeld werden met botmedicatie (bisfosfonaten) het risico op een nieuwe botbreuk 40% lager en het sterfterisico 20% lager was.

Wat heeft dit voor gevolgen voor de situatie in Nederland?
In Nederland zijn we al vrij goed georganiseerd ten aanzien van de zorg voor patiënten met een recente fractuur. We weten dat na een recente fractuur het risico op nieuwe botbreuken verhoogd is, dat bij ongeveer 40% van die patiënten sprake is van osteoporose. Ook is meer recentelijk bekend geworden dat metabole aandoeningen een rol spelen. Op basis van de gegevens uit Schotland krijgen we aanwijzingen dat als je de gerichte zorg levert in een fractuurpoli, waarschijnlijk het risico op een nieuwe fractuur en mogelijk ook de sterfte na een fractuur afneemt. Maar er is ook nog steeds veel winst te behalen. Uit een recent in Nederland uitgevoerd onderzoek bleek dat ongeveer 50% van alle patiënten na een fractuur nader wordt onderzocht met DEXA en bloedonderzoek, maar 50% dus ook niet. We proberen al sinds enkele jaren de kwaliteit van deze zorg in ziekenhuizen met kwaliteitsindicatoren te evalueren en deze indicator wordt in 2016 opnieuw gedefinieerd.
Dat zou leiden tot een verbetering van de osteoporose zorg?
Ik verwacht dat we in de toekomst het netwerk van partners in de zorgverlening met onze gegevens kunnen blijven overtuigen van het belang van deze zorg. Als deze zorg goed wordt ingericht, kan het rendement beter bestendigd worden. De inspanningen, zowel organisatorisch als inhoudelijk, zijn voor 1e en 2e lijn zorgverleners op dit vlak nog steeds vatbaar voor verbetering. Optimale samenwerking tussen partners moet worden nagestreefd. Daarbij komt dat met de vergrijzing het risico toeneemt; er zullen meer mensen zijn met fracturen. Verzekeraars zien nog niet altijd het belang van deze zorg. Er is nog niet altijd goed zicht op de kwaliteit. Daarom houden we ons ook bezig met de vraag hoe we ziekenhuizen transparanter kunnen laten zijn.
Daarnaast speelt de bewustwording van de patiënt zelf een grote rol. Vergelijk het met de voorlichting rondom een hartinfarct. Ook de patiënt met een fractuur en/of osteoporose moet zich er met behulp van de juiste voorlichting bewust van worden dat er een probleem is. Patiënten ouder dan 50 jaar met een fractuur moeten zich ervan bewust zijn dat er sprake kan zijn van osteoporose of een ander onderliggend probleem. Goede voorlichting is hierbij van cruciaal belang.

*De term metabole botaandoeningen is een verzamelnaam voor aandoeningen of stoornissen die botafbraak induceren en dus nadelig zijn voor het skelet doordat de botstructuur en de materiaaleigenschappen worden aangetast. Het gevolg is een afname van de botkwaliteit en botsterkte en daarmee een toename van het risico op een botbreuk.
Onderzoeken Prof. Van den Bergh
Prof. Van den Bergh doet in het Maastricht UMC+ (en in VieCuri MC in Venlo) al vele jaren onderzoek naar osteoporose, metabole botaandoeningen en (herhaald) fractuurrisico.
Uit ander onderzoek aan het Maastricht UMC+ is gebleken dat (de afname) van botstructuur en botsterkte gerelateerd is aan de mate waarin de long zuurstof kan opnemen (diffusie). Deze onverwachte correlatie wordt momenteel verder onderzocht in samenwerking met de afdeling Longziekten van het Maastricht UMC+, CIRO+ Horn, het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en de Technische Universiteit Eindhoven.
Er zijn nog meer onderzoeken waarbij Van den Bergh betrokken is; in het Maastricht UMC+ en VieCuri MC loopt momenteel een onderzoek naar methodes om valincidenten en daaraan gerelateerde fracturen (en overlijden) te voorspellen. In het kader van de Maastricht Studie wordt diabetes-gerelateerd botonderzoek gedaan. Van den Bergh doet bovendien onderzoek naar botkwaliteit tijdens fractuurgenezing en botkwaliteit in handgewrichten bij reuma.