de oefentherapeut

image_pdfimage_print

cokkieCokkie van Santen: “Coachen op ander gedrag is een vak apart”

Cokkie van Santen is oefentherapeut Cesar/Mensendieck. In haar praktijk voor Houding & Beweging in Den Haag begeleidt zij mensen bij het goed leren bewegen. In haar visie zijn bewegen en belasten van cruciaal belang: “Als je je botten belast, worden ze ook weer sterker.”

Wat houdt jouw specialisme precies in?
De oefentherapeut is heel gericht op de dagelijkse activiteiten van precies die mens.
De adviezen zijn dus heel erg op maat. Waar wij naar kijken is of iemand een gezond beweegpatroon heeft. En dan niet alleen in hoeveelheid, wij kijken ook naar hoe iemand beweegt; hoe hij afwisselt met rust en of hij de werkzaamheden die gedaan moeten worden slim doet. Een voorbeeld is bukken. Dat doen mensen nog onnodig vaak. De link naar bewegen in het dagelijks leven wordt nog niet voldoende gelegd. Ik hoor mensen zeggen: ‘hier word ik bewust van mijn beweeggedrag en leer ik iets’.

Wat doet de oefentherapeut specifiek voor osteoporose patiënten?
Ik leg de mensen goed uit waarom ze pijn hebben en waarom ze eerder moe worden. Dat is omdat hun skelet ingezakt is; de banden zijn te lang. Het is allemaal een beetje slapper. En spieren moet meer gebruikt worden.We leren hen om inspanning en rust af te wisselen. Men is zich daar niet van bewust. Vaak gaan mensen gewoon door tot ze doodmoe zijn. Je kunt beter dingen vaak en kort doen.
Het werkt ook; als je iets kort doet, heb je daar een positief gevoel over . Terwijl als je iets te lang doet, je net te moe kan worden. Dan ga je die activiteit een volgende keer misschien niet meer doen. Wij zeggen ook: het is heel goed om een uur te wandelen, maar het hoeft niet perse een uur achter elkaar. Ga het eerst maar eens in stukjes hakken.

Wat valt je op als je beweegadviezen op maat geeft?
Wat je heel veel ziet is dat mensen angst krijgen om te bewegen. Daar kun je ze overheen helpen door uit te leggen hoe bewegen in elkaar zit. Hoe je je sterker kunt maken als je wat meer beweegt.
Je ziet ook dat mensen blijven hangen in het beweegpatroon van toen ze pijn hadden, terwijl de reden van de pijn misschien al weg is. Dan ga ik dat met hen analyseren om dat beweegpatroon weer goed te krijgen. Een goed beweegpatroon houdt de structuur van je spieren in stand. Als je die durft te belasten, belast je ook je botten. En als je je botten belast, worden ze ook weer sterker.
Maar dat coachen op ander gedrag is wel een vak apart. Je moet niet verwachten dat iemand ineens zegt: “Oh, dat doe ik wel, hoor.”

Hoe verloopt dat coachen?
Je kijkt naar wat iemand doet en waarom. Is zijn omgeving stimulerend, welke belemmeringen zijn er? Je moet niet alleen maar zeggen: ‘Je moet oefenen.’ Je moet ook vragen; ‘Hoe gaat het nou?’
Wat we bij osteoporose vooral ook doen, is de link leggen naar veiligheid. Valpreventie is een heel belangrijk onderdeel. Daar vragen we op door. Het gaat ook om bewust maken en motiveren. Ik zie graag dat mensen met osteoporose de wens uiten goed met hun lichaam te willen omgaan ook in nieuwe onbekende omstandigheden. Als mensen dan je adviezen kunnen toepassen zijn er erg goede resultaten te boeken. Dat is heel leuk.